Dit betekent de bieb voor mij:

‘In de zomer van 1997 vluchtte ik uit Syrië, waar ik werkte als journalist. Ik voelde me hier als Alice in Wonderland. Mensen vroegen me waarom ik voor Nederland had gekozen. Maar als vluchteling heb je geen keuze. Waar je bent geland, moet je opnieuw beginnen.’

 

‘Het Nijmeegse asielzoekerscentrum ligt in de stad, dus de bieb had ik snel gevonden. Ik ontsnapte aan de werkelijkheid met kunst- en reisboeken. Foto’s kijken. Er kwamen ook andere asielzoekers. We praatten met elkaar en hielpen elkaar op weg. Omdat ik nog geen verblijfsvergunning had, mocht ik niets, maar daar trok ik me niets van aan. Ik móest Nederlands leren: anders zou ik nooit echt contact kunnen maken. Ik luisterde in de bieb naar Nederlandse zangers: Stef Bos, Rob de Nijs. Ik las boeken van allochtone schrijvers, en leerde via hun bril mijn nieuwe land beter kennen.

In de bieb hingen ook altijd briefjes op het prikbord: ‘workshop dansen’, ‘vrijwilligers gezocht’. Door daar aan mee te doen, kwam ik in contact met anderen. En dan babbelen, veel fouten maken. Al snel kon ik echt op les, op het ROC. Het geld sprokkelde ik bij elkaar. Na de eerste jaren ging het snel: ik haalde mijn inburgeringsexamen en werd columnist bij De Gelderlander. Ik schreef over mijn belevenissen in Nijmegen.

Nu denk, praat, droom en schrijf ik in het Nederlands. Mijn eerste dichtbundel is net uit. Die is ook vertaald in het Arabisch. Want dat blijft altijd de taal van mijn hart.’

Amal Karam

“Dankzij de bieb ben ik Nederlands gaan lezen, schrijven, denken én dromen.”