Dit betekent de bieb voor mij:

Voor Zwaan de Vries is de bieb een verlengstuk van haar huiskamer. Ze kent de medewerkers, op de muziekafdeling kennen ze precies haar smaak. ‘Ik werd in de loop van de jaren een soort familielid. Toen ik op een gegeven moment het lidmaatschap niet meer kon betalen, voelde ik me bijna verweesd.’

 

‘Mijn achtergrond ligt in de kunst. Ik volgde de Rietveldacademie, maar werkte ook jarenlang als docent dansexpressie en theater. Dat laatste deed ik in een eigen instituut in Duitsland. Ik werkte daar samen met andere docenten en therapeuten. In Duitsland was ik altijd onder de mensen, en had ik veel vrienden.

Toen ik op een gegeven moment weer terug wilde naar Nederland, was Nijmegen de beste optie. Veel cultuur, een warme gezellige stad en niet te groot. De eerste jaren waren pittig. Ik kreeg een burn-out en kwam nauwelijks buiten. Ik woonde aan de overkant van de Lindenberg, waar de bieb toen nog gevestigd was. Dat was voor mij te doen, dus probeerde ik toch regelmatig de straat even over te steken. Zo werd de bieb een veilige haven in roerige tijden.

Ook de mensen die er werkten, waren aardig. Ze hadden oog voor je, ik voelde me gezien. Zo ging ik me in de bieb aardig thuis voelen. Dat gevoel is door de jaren heen gebleven. Voor álles kon ik in de bieb terecht. Zo pakte ik met behulp van boeken in de bieb het schilderen weer op en ging ik weer exposeren. En nadat ik in Griekenland een kleine tempel had ontdekt, zocht ik samen met de mensen van de bieb net zo lang door tot ik er informatie over kon vinden.

De bieb was een oase van rust, met tijdschriften, muziek, koffie. En zeker als je zoals ik op de kleintjes moet letten, is de bieb goud waard. Dat geldt niet alleen voor de voorraad boeken, ook voor de optredens, de computers en cursussen. Zelf heb ik een tijdje geleden mijn pas moeten opzeggen door gebrek aan inkomen. Gelukkig blijf je welkom in de bieb. De bieb is van iedereen. En dit stukje Nijmegen is dus ook een beetje van mij.’

Zwaan de Vries

“Lezen, luisteren, ontdekken… als ieder dubbeltje telt, is de bieb goud waard.”