Onze ambassadeurs zijn gekozen Wij danken je hartelijk voor je inbreng!
sluit
Scroll om de inzendingen te bekijken

Ron Leunissen

Ron heeft er mooie herinneringen aan: een kleine bieb in Nuth waar hij meeleefde met wilde dieren zoals Loki het Wolfje. Die boekjes eindigden altijd met de dood, het liep nooit goed af. Maar daar las hij overheen.

 

‘Mijn grootouders hadden een winkel in het dorp, zo’n echte Winkel van Sinkel. Daar zaten mijn broers en ik hele middagen muisstil comics te lezen. Tarzan, Batman. Heel voorzichtig, want ze waren voor de verkoop. Ook mijn ouders waren altijd met boeken en taal bezig. Ze waren bijvoorbeeld vrijwilliger in de bibliotheek. Mijn tante noemde ons De Familie Lees.’

 

‘Ik kon al lezen voor ik naar school ging. Als Zuster Petra even de klas uit moest, zette ze mij met een voorleesboek voor de klas. Arendsoog, Witte Veder. Heerlijke verhalen, waar ik nog steeds erg van houd. Wie kan schrijven, kan een beetje toveren. Een goed boek neemt je mee op een wonderlijke reis.

Toen ik vader werd, wilde ik mijn kinderen ook zo’n magische jeugd geven. We gingen op zondag vaak naar de bieb. Voorlezen, boekjes uitzoeken. Feest! Ze zijn nu bijna 20, maar het leesvirus zit ze jammer genoeg niet in de genen. Ze zijn meer van films, voor een boek heb je zitvlees nodig.

Gelukkig weet de bibliotheek óók jongeren te verleiden. Dat gaat anders, het draait meer om digitale boeken, online verhalen. Mijn lidmaatschap zal ik nooit opgeven, ook niet als ik zelf minder ga lenen. Een boek kan iemand veranderen en anders tegen het leven aan laten kijken, je gaat je verdiepen in een ander perspectief. Iedereen heeft daar recht op. Een goede bieb is onmisbaar voor de democratie.’

Rosalie & Elias Thomassen-Michels

De bibliotheek is er voor iedereen. Ook voor de allerkleinsten. Elias is met zijn 1,5 jaar op afstand de jongste ambassadeur van de Bibliotheek. Zijn moeder Rosalie: ‘De bieb prikkelt je fantasie, daarom komen we er graag. Van prentenboeken tot woordjes leren – hij vindt het prachtig. Elias is al een echt boekenwurmpje!’

 

‘De bibliotheek heb ik altijd een heerlijke plek gevonden’, vertelt Rosalie. ‘Als kind kwam ik er al heel graag, en dat is nog steeds zo. Mijn moeder heeft lezen altijd enorm gestimuleerd. Van Nijntje Pluis, tot Wipneus en Pim tot aan mijn studieboeken. Nu breng ik dat over op mijn eigen kind. Elias vindt het fantastisch in de bibliotheek. Als ik niet uitkijk, neemt hij hele stapels boeken mee! Meestal lenen we prentenboekjes, interactieve boekjes en boekjes die geluid maken. De verhalen verzin ik er dan zelf bij. ’s Ochtends en ’s avonds zit hij met een boekje bij me op schoot. Heerlijk. En hij steekt er ook echt wat van op. Ik merk dat hij heel veel woordjes bijleert.

Als je op vroege leeftijd veel leest, heb je daar je hele leven plezier van. Daar ben ik echt van overtuigd. Al is het maar dat je in je studietijd niet schrikt van al die dikke pillen! Bovendien zijn boeken een bron van inspiratie en fantasie. Kijk, als je alleen de krant zou lezen, dan is de wereld een naargeestige plek. Maar als je je fantasie gebruikt, kan de wereld ook sprookjesachtig mooi zijn. Boeken stimuleren je fantasie en taalvaardigheid. Ook daar heb je in je latere leven alleen maar profijt van. Dat geef ik Elias graag mee.’

Ankie Theelen

De jonge Ankie zocht iedere woensdagmiddag in de bieb de boeken uit op dikte. Hoe dikker, hoe beter. ‘Ik was zo’n kind dat alle jeugdboeken in no time uit had. En ook toen ik ouder werd, bleef lezen een traktatie. Ik lees hard­covers, e-books, ik heb altijd een luisterboek aan. Ik ben gewoon verslaafd aan verhalen.’

 

‘Een boek kopen doe ik nooit. Als ik er een uit heb, is de waarde er voor mij namelijk af. Ik hoef het niet te bezitten, ik wil lezen wat erin staat. Dus ik leen alles in de bieb.

Ik ben een echte veelvraat. Iedere ochtend begin ik met een luisterboek tijdens het ontbijt. Ik stap in de auto, waar ook standaard een luisterboek aan gaat. In mijn tas een e-reader voor verloren momenten. Dat is gemakkelijk, dan heb je altijd heel veel boeken bij de hand.

Alles wat ik lees, houd ik bij op lijstjes en in mijn leesdagboek. Hoeveel pagina’s, welke boeken. Het is een beetje een tic. Maar ik doe het ook om anderen tips te kunnen geven. Bijvoorbeeld in de leesclub waar ik in zit, of aan vrienden.

Voor mijzelf is lezen ook een graadmeter; ik kom erbij tot rust. Dus als ik een tijdje minder dan 50 pagina’s per dag heb gelezen, moet ik even pas op de plaats maken. Een goed boek neemt je mee, kan je raken. Je krijgt zicht op levens die je zelf nooit zult leiden. Ik ben heel blij met de bieb, want daar staan al die boeken zomaar, voor iedereen. Een enorm cadeau.’

Wim Hamersma

Over de vraag of hij ambassadeur van de Bibliotheek wilde worden, hoefde Wim Hamersma niet lang na te denken. ‘Maar natuurlijk! Ik vind het ontzettend belangrijk dat de bieb er is, dat de bieb blijft bestaan en dat meer mensen er gebruik van maken. De bieb stimuleert mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik leer er nieuwe mensen kennen en ontdek dingen die ik nog niet wist. Over de wereld en over mezelf.’

 

Wim Hamersma is een man met een brede interesse en een groot hart voor zijn medemens. ‘Vroeger wilde ik missionaris worden. Maar nu heb ik een eigen missie: ik kom op voor mensen die het minder goed getroffen hebben. Daarom doe ik veel vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld bij het STIP (informatie- en adviescentrum in de wijk, red.) en bij het centrum voor Ontmoeting en Levensvragen. Ook ben ik taalmaatje voor een vluchteling op Heumensoord. Binnenkort ga ik met hem naar een Taalhuis in de Bibliotheek. Taal is een voorwaarde om je “mens” te voelen en om samen te leven. Mooi dat de Bibliotheek ook aandacht heeft voor laaggeletterdheid en anderstaligen.’

 

‘Als het om mijn eigen interesses gaat, kan ik in de bieb ook mijn hart ophalen. Architectuur spreekt me bijvoorbeeld erg aan. Vorig jaar heb ik de cursus Stad en Literatuur gevolgd en zijn we met een aantal cursisten naar Parijs gegaan. Dit jaar staat Marseille op het programma.

Ik kom vaak in de bieb. Al is het maar om de krant te lezen met een heerlijke kop koffie. Maar ik leen er ook veel. Boeken, dvd’s, bladmuziek. Laatst leende ik nog de partituur van het liedje Zuid-Afrika, van Jeroen van Merwijk. Karin Bloemen heeft het ook gezongen. Geweldig nummer, met een prachtige tekst. In de bieb komt voor mij alles samen. Ik ontdek er nieuwe dingen, en leer nieuwe mensen kennen.’

Amal Karam

‘In de zomer van 1997 vluchtte ik uit Syrië, waar ik werkte als journalist. Ik voelde me hier als Alice in Wonderland. Mensen vroegen me waarom ik voor Nederland had gekozen. Maar als vluchteling heb je geen keuze. Waar je bent geland, moet je opnieuw beginnen.’

 

‘Het Nijmeegse asielzoekerscentrum ligt in de stad, dus de bieb had ik snel gevonden. Ik ontsnapte aan de werkelijkheid met kunst- en reisboeken. Foto’s kijken. Er kwamen ook andere asielzoekers. We praatten met elkaar en hielpen elkaar op weg. Omdat ik nog geen verblijfsvergunning had, mocht ik niets, maar daar trok ik me niets van aan. Ik móest Nederlands leren: anders zou ik nooit echt contact kunnen maken. Ik luisterde in de bieb naar Nederlandse zangers: Stef Bos, Rob de Nijs. Ik las boeken van allochtone schrijvers, en leerde via hun bril mijn nieuwe land beter kennen.

In de bieb hingen ook altijd briefjes op het prikbord: ‘workshop dansen’, ‘vrijwilligers gezocht’. Door daar aan mee te doen, kwam ik in contact met anderen. En dan babbelen, veel fouten maken. Al snel kon ik echt op les, op het ROC. Het geld sprokkelde ik bij elkaar. Na de eerste jaren ging het snel: ik haalde mijn inburgeringsexamen en werd columnist bij De Gelderlander. Ik schreef over mijn belevenissen in Nijmegen.

Nu denk, praat, droom en schrijf ik in het Nederlands. Mijn eerste dichtbundel is net uit. Die is ook vertaald in het Arabisch. Want dat blijft altijd de taal van mijn hart.’

Thea Voss-Cillessen

Thea Voss-Cillessen kreeg voor haar verjaardag (de hoeveelste zeggen we niet!) een iPad van haar kinderen. ‘Hartstikke leuk natuurlijk, maar ik wist niet half wat je allemaal met zo’n ding kunt!’, vertelt ze. ‘Toen zag ik bij SeniorWeb een cursus Digitale Vaardigheden, aangeboden door de Bibliotheek. Dat leek me wel wat, dus ik naar De Mariënburg!’

 

‘Eerlijk gezegd was ik daar nog nooit geweest’, vervolgt Thea. ‘Terwijl ik nu toch al twaalf jaar in Nijmegen woon. Mijn man en ik lezen allebei wel veel hoor. Maar meestal kopen we onze boeken gewoon, of lezen we ze op de e-reader. Ik heb altijd veel gelezen, en was vroeger ook vrijwilliger in de schoolbibliotheek.

Toen ik De Mariënburg binnenstapte, viel mijn mond open van verbazing. Wat een prachtige entree! En wat een enorme collectie! Boeken voor mijn kleinkinderen, maar ook cd’s, films… Geweldig gewoon. Nu ik weet wat de bieb tegenwoordig allemaal te bieden heeft, kom ik er ook vaker. Ik verdiep me graag in geschiedenis, bijvoorbeeld als we een stedentrip gaan maken. Al die informatie is in de bieb beschikbaar. Dat is een groot goed. Ik vind het ook belangrijk dat de bieb zich inzet voor leesbevordering. Ik zie het bij mijn kleinkinderen; als je ze niets anders aanbiedt, willen ze de hele dag gamen. Lezen verrijkt je. En de bieb houdt je bij de tijd. Dankzij de iPadcursus kan ik nu gezellig chatten met mijn kleinkinderen. Met beeld erbij! Ik wil nu graag nog een fotocursus volgen. Want ik loop nog altijd de Vierdaagse, en dan kan ik mooie plaatjes schieten onderweg.’

Zwaan de Vries

Voor Zwaan de Vries is de bieb een verlengstuk van haar huiskamer. Ze kent de medewerkers, op de muziekafdeling kennen ze precies haar smaak. ‘Ik werd in de loop van de jaren een soort familielid. Toen ik op een gegeven moment het lidmaatschap niet meer kon betalen, voelde ik me bijna verweesd.’

 

‘Mijn achtergrond ligt in de kunst. Ik volgde de Rietveldacademie, maar werkte ook jarenlang als docent dansexpressie en theater. Dat laatste deed ik in een eigen instituut in Duitsland. Ik werkte daar samen met andere docenten en therapeuten. In Duitsland was ik altijd onder de mensen, en had ik veel vrienden.

Toen ik op een gegeven moment weer terug wilde naar Nederland, was Nijmegen de beste optie. Veel cultuur, een warme gezellige stad en niet te groot. De eerste jaren waren pittig. Ik kreeg een burn-out en kwam nauwelijks buiten. Ik woonde aan de overkant van de Lindenberg, waar de bieb toen nog gevestigd was. Dat was voor mij te doen, dus probeerde ik toch regelmatig de straat even over te steken. Zo werd de bieb een veilige haven in roerige tijden.

Ook de mensen die er werkten, waren aardig. Ze hadden oog voor je, ik voelde me gezien. Zo ging ik me in de bieb aardig thuis voelen. Dat gevoel is door de jaren heen gebleven. Voor álles kon ik in de bieb terecht. Zo pakte ik met behulp van boeken in de bieb het schilderen weer op en ging ik weer exposeren. En nadat ik in Griekenland een kleine tempel had ontdekt, zocht ik samen met de mensen van de bieb net zo lang door tot ik er informatie over kon vinden.

De bieb was een oase van rust, met tijdschriften, muziek, koffie. En zeker als je zoals ik op de kleintjes moet letten, is de bieb goud waard. Dat geldt niet alleen voor de voorraad boeken, ook voor de optredens, de computers en cursussen. Zelf heb ik een tijdje geleden mijn pas moeten opzeggen door gebrek aan inkomen. Gelukkig blijf je welkom in de bieb. De bieb is van iedereen. En dit stukje Nijmegen is dus ook een beetje van mij.’

Linda van der Pol

‘Studenten zien vaak maar een heel klein deel van Nijmegen: de campus en de cafés in de Molenstraat. Maar Nijmegen heeft zoveel meer te bieden! Ik vind het belangrijk om te wortelen in de stad waar ik studeer. In de Bibliotheek vind je een prachtige dwarsdoorsnede van onze stad. De bieb is echt een meerwaarde voor je studententijd.’

 

Linda van der Pol haalde haar bachelor Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit (RU). Momenteel doet ze haar onderzoeksmaster Neerlandistiek in Utrecht en Amsterdam.

Daarnaast was Linda vorig jaar bestuurslid van Cultuur op de Campus — de cultuurprogrammeur van de Radboud Universiteit — én redacteur van het Nijmeegs literair tijdschrift ‘Op Ruwe Planken’. Samen met de RU en de Bibliotheek bedacht ze het festival ‘Zuivere Koffie’, speciaal om studenten te bereiken.

Linda: ‘Bij Zuivere Koffie brengen we muziek en literatuur dichter bij elkaar. Muzikanten vertellen over hun literaire invloeden en treden daarna op.’ Zuivere Koffie stond in de bieb, maar bijvoorbeeld ook op het Oranjepop Festival.

Linda is vaak in de Bibliotheek te vinden. ‘Ik studeer er graag. De sfeer is wat meer ontspannen dan in de Universiteitsbibliotheek. Rond de tentamens voel je daar de stress en de zenuwen door het gebouw gieren. Dat is hier niet zo. Als je vaker in de bieb komt, dan leer je de “stamgasten” ook kennen. Naar verloop van tijd ga je elkaar groeten. Grappig is dat.’ Ook bij activiteiten en feesten is Linda van de partij. ‘In de Bibliotheek is altijd wel wat te doen. Het Poëziefeest, het Boekenfeest, Night at the Library… Het mooie van de bieb is: iedereen is er altijd welkom. De bieb is voor mij een van de highlights van Nijmegen.’

Katja Linders

Kon Katja Linders eerder lezen dan lopen? ‘Het zal niet veel gescheeld hebben!’, zegt ze zelf. Katja is een boekenfanaat pur sang, en bijna dagelijks in De Mariënburg te vinden. ‘Als ik het druk heb, vind ik het heerlijk om een rondje door de bieb te lopen. Dan komt er rust in mijn hoofd en een glimlach op mijn gezicht. De bieb is mijn kerk. Een oase van rust in de waan van alledag.’

 

‘Ik las al voordat ik het op school leerde’, vertelt Katja. ‘Mijn hele leven lees ik. Veel. Lezen verrijkt mijn leven en vormt mijn gedachten. Als je een boek uit hebt en je kijkt om je heen, dan ziet de wereld er anders uit. Mooie zinnen schrijf ik op in een boekje, opdat ik ze niet vergeet en met anderen kan delen. Kleine zinnen met grote wijsheden. Deze bijvoorbeeld: ‘Het belangrijkste is wie je bent als je geluk op is’, van Mark Rowlands, uit zijn boek De Filosoof en de Wolf. Prachtig toch? Ja, ik haal veel meer uit boeken dan alleen het verhaal. Ik schrijf er ook blogs over.’

Katja is sterk betrokken bij de Bibliotheek in Nijmegen en leverde als dagvoorzitter ook een bijdrage aan verschillende projecten en activiteiten. Bovendien is ze vrijwilliger in het Taalhuis. Hier kun je terecht als je hulp nodig hebt bij het lezen, schrijven en begrijpen van de Nederlandse taal. ‘Ik vind het heel goed dat de bieb zo nadrukkelijk inspeelt op maatschappelijke thema’s en de boer op gaat. Daardoor wordt de bieb, zelfs na honderd jaar, alleen maar relevanter.’

‘Zelf kom ik er ook vaak en graag. Uiteraard voor de boeken, maar ook voor de tijdschriften, de heerlijke thee en de rust. In de bieb hangt een bijzondere sfeer. Ik hoor daar thuis.’