Dit betekent de bieb voor mij:

De Bieb; van toevluchtsoord tot Podium.
Lang geleden, eind jaren negentig van de vorige eeuw, kwam ik uit een AZC in een bos, ‘in the middle of nowhere’, naar AZC Nijmegen. Ik bezocht hier de bieb voor het eerst. Het was nog een ‘klassieke bieb’ opzij van de Lindenberg. Binnen ongeveer twee jaar werd het voormalige politiebureau omgetoverd tot de huidige bieb in de Mariënburg. Een verbluffend gebouw met veel licht en ruimte. Voor mij was een bieb altijd ‘the place to be’ : rust, stilte, vergetelheid en genot van beeld en woord. En vooral gratis binnenlopen in een land waar alles iets kost, ook al is dat de dood zelve. Ik had het als asielzoeker niet breed, dus dacht zeker niet aan abonneren. Ik kon dus binnenlopen, op een plek me afzonderen en eindeloos bladeren in boeken en tijdschriften over kunst, fotografie en reizen. En zoals in het AZC met al die nationaliteiten ben ik in die boeken neuzend de wereld rond gegaan. Op papier was de reis veel mooier: een vluchtmogelijkheid van de wereld van lelijkheid en spoken naar een wereld van schoonheid. Gewoon meegaan met de stille beelden en foto’s vol beweging. Geen geluiden die psychisch belast zijn en geen gedachten aan een uitzichtloze situatie van de asielprocedure. En vooral geen beelden uit het verleden. Een soort ‘zielwasserij’.

Later heb ik op een of andere manier een jaarabonnement gehad, zou zo maar ergens mee gewonnen of cadeau gekregen kunnen zijn. En als een brave leerling heb ik elke twee weken een stapel boeken omgeruild voor een andere aan de balie. Wel te verstaan: Arabische boeken en soms een boek in het Engels. Want mijn Nederlands was nog in de kinderschoenen. Wat heb ik in die tijd gedroomd van een verblijfsvergunning en een baan in de bieb als eindverantwoordelijke voor de Arabische afdeling. Ik zou er een geweldige uitbreiding aan brengen en lezingen uit allerlei Arabische landen binnenhalen. Zo gek ben ik op mijn moedertaal. En mijn fantasie voor mijn moedertaal moedigde mijn aan om naar de ziel van het Nederlands te gaan zoeken, haar te raken en te bewonderen. De tijd heeft geleerd dat dat dit ging lukken. Ik schreef zes jaar een wekelijkse column voor de Gelderlander tot men daar vond dat ik ‘te Nijmeegs’ was geworden en mijn columns niet meer ‘sexy exotisch’ waren.

Mijn passie voor beeldboeken bleef intact en nog steeds beleef ik hem wanneer het kan. Wat ook leuk was in de bieb was muziek: een CD lenen, helemaal afluisteren en terugbrengen. Een jaartje was immers genoeg om alle . Arabische ‘pieces of cake’ op te vreten. Het was eerlijk gezegd ook een opluchting om mij af te lossen van  de verantwoordelijkheid van een abonnement. Maar de Bieb los laten was niet gelukt. De verleiding was toch te groot om vaak ook de twee Arabische kranten: Al Hayat en Al-Quds Al-Arabi te gaan lezen. Niet verstandig: je maakt de slapende honden in je hoofd wakker. Bovendien is het confronterend om de gezichten van de vaste lezers van deze nieuwsbronnen te zien: te serieus, hulploos, verlaten en eenzaam. Doe dan toch maar kunst.

En zoals de bieb een metamorfose heeft ondergaan, geldt het ook voor mijn relatie ermee. In december 2014 stond ik in het poëziecentrum mijn eigen poëzie debuutbundel te presenteren. En korte tijd later stond ik ook in het Arabisch voor te lezen op het podium van de bieb. Zeker in deze tijd komen de geluiden uit mijn verleden terug. Maar gelukkig worden ze nog steeds verdreven door de troostende beelden uit ‘mijn’ bieb.

Amal Karam

18 januari 2015

Amal Karam, Nijmegen